zaterdag 12 maart 2016

Hij huilt bij de begrafenis Hagar Peeters

Hij huilt bij de begrafenis
niet om wie gestorven is
maar omdat het nu kennelijk mag.

Beulen kruipen uit het graf
verraders dragen de kist
bedriegers werpen zand

een leugenaar leest de mis
op de valse cadans van het koor
dat de moord beging.

In de kring van rouwenden
ontwaart hij een zonderling
die gebaart dat hij zich vergist:
kijk maar, er ligt niet wie er ligt.

Het ongeluk Hagar Peeters

Er was vervallen. Er was verslagen.
Er waren woorden van de levenden later.
Er was onbegrip. Er was weemoed.
Er was een lege auto langs de weg.
Er was een coupé gevallen in de vallei.
Er waren ramptoeristen, verslaggevers,
cameramensen. Er waren artikelen in de krant.
Er waren foto’s van de fotografen. Er was zand.
Er was geen afscheid, daar was geen tijd voor.
En er was spijt, al wist niemand om wat.
Zo moet ik verleden week zijn overleden.
Ik ben door iets onnoembaars overreden
toen ik onoplettend overstak van mij naar jou.

woensdag 9 maart 2016

Ik ben er Gerdine Smit

En als het dan zo is
leg ik mijn pad
naast het jouwe
en loop ik met je mee

ik was nog naar de goden
of ze iets konden regelen
zo werkt dat niet
zeiden ze

maar wees gerust
laat zijn
zie je hart
dat luisteren kan
het weet dat de rivier
haar bochten neemt.

zondag 3 januari 2016

Kier Leonard Nolens

Laat dit niet alles zijn, dit leven stil en donker
Als het maandelijks bloeden van de vrouwen.
Laat mij van iemand zijn, maar ook niet zo volstrekt
Dat ik verdwijn, in haar, in hem, of weg moet gaan
Omdat geen mens mijn menselijk gewicht kan tillen.
Uit schrik voor mijn gezicht schrijf ik dit op.

Altijd ben ik onderweg. Ik vind geen rust
Bij mij, ben bang als jij mijn trage stap hoort branden
Op de koude tegels in de gang naar jou.
De deur gaat open. En zoenend en stom onderzoeken je lippen
De sombere man die jou zwijgend staat aan te blaffen
Met liefdesgedichten. Geef hem je bed. Laat alle deuren

Op een kier.

zaterdag 12 december 2015

Alles wat denkbaar is Judith Herzberg

Alles wat denkbaar is fladdert en flitst.
Geen la om het in op te slaan
laat staan sorteren. Wij zoeken
toevlucht in wat al gevangen,
gedresseerd: boek, film, toneel,
elk getemd deel van fladderend
flitsgeheel.

dinsdag 24 november 2015

Brief aan mijn moeder Frank Koenegracht

Moet je horen, mamma, luister je?
Ik lees hier over een aanbod
waarbij zeer oude moeders met
meestal zeer oude zonen die
om niet tastbare redenen niet meer
bij ze willen slapen
een zwaan ter beschikking wordt gesteld
door de thuiszorg.
Het gaat om Hollandse zwanen.
Ze zwemmen overdag rond,
maar 's avonds worden ze opgeborgen
in prachtige vitrines.
Ze worden thuisbezorgd en in je bed gelegd.
Ze slaan hun linker vleugel om je heen: dat
is tegen angst voor duizeligheid en ze leggen
hun snavel op het andere kussen:
dat is tegen eenzaamheid.
's Ochtends worden ze weer opgehaald.
Nou, doe het maar, mamma.
Je bent er immers voor verzekerd.

zondag 8 november 2015

De val Esther Jansma

We kruisten de Styx.
De veerman lag dronken in zijn schip.
Ik hield het roer en we zonken als stenen.
Water bestaat als de aarde
in lagen, transparante linten, glanzende strata
van steeds kleiner leven, minder warmte.

In je haren bloeiden luchtbellen,
de stroom trok je hoofd naar achter
en streelde je hals.

Stenen wuifden met armen van algen en varens,
zongen zachtjes gorgelend "vrede".
Ze sneden je kleren los.

Vissen likten het bloed van je benen.
Ik hield je hand vast. Ik wilde je troosten
maar we vielen te snel en er zijn geen woorden

die zonder lucht bestaan, mijn liefde
bleef boven, blauwe ballonnen, bakens voor even,
de plaats markerend van het ongeluk

voordat ze verder dreven. Je mond ging open.
Je gezicht werd rood, je handen zochten
evenwicht, zochten mijn armen.

Je probeerde in me omhoog te klimmen.
Je was een glasblazer met een wolk van diamanten
aan zijn mond. Ik hield je vast als een katje.

Ik aaide je vingers.
Je liet niet los.
Je sliep en ik aaide je vingers, liet los.