there is enough treachery, hatred violence absurdity in the average
human being to supply any given army on any given day
and the best at murder are those who preach against it
and the best at hate are those who preach love
and the best at war finally are those who preach peace
those who preach god, need god
those who preach peace do not have peace
those who preach peace do not have love
beware the preachers
beware the knowers
beware those who are always reading books
beware those who either detest poverty
or are proud of it
beware those quick to praise
for they need praise in return
beware those who are quick to censor
they are afraid of what they do not know
beware those who seek constant crowds for
they are nothing alone
beware the average man the average woman
beware their love, their love is average
seeks average
but there is genius in their hatred
there is enough genius in their hatred to kill you
to kill anybody
not wanting solitude
not understanding solitude
they will attempt to destroy anything
that differs from their own
not being able to create art
they will not understand art
they will consider their failure as creators
only as a failure of the world
not being able to love fully
they will believe your love incomplete
and then they will hate you
and their hatred will be perfect
like a shining diamond
like a knife
like a mountain
like a tiger
like hemlock
their finest art
zaterdag 23 januari 2021
The genius of the crowd /Charles Bukowski
Twee lampen schijnen /Herman Gorter
Twee lampen schijnen,
de spiegel schemerblauwt, er schrijnen
lichten in meubels rondom,
alle dingen zijn stom.
Ik hoor adem uit een vrouw
komen, ik wou
ik wou - ik zit zwaar en stil,
't is niets wat ik wil.
Hoor de klok rikketikken,
hij telt de ogenblikken.
de spiegel schemerblauwt, er schrijnen
lichten in meubels rondom,
alle dingen zijn stom.
Ik hoor adem uit een vrouw
komen, ik wou
ik wou - ik zit zwaar en stil,
't is niets wat ik wil.
Hoor de klok rikketikken,
hij telt de ogenblikken.
zaterdag 5 december 2020
Je hebt me alleen gelaten /Hans Lodeizen
je hebt me alleen gelaten
maar ik heb het je al vergeven
want ik weet dat je nog ergens bent
vannacht nog, toen ik door de stad
dwaalde, zag ik je silhouet in het glas
van een badkamer
en gisteren hoorde ik je in het bos lachen
zie je, ik weet dat je er nog bent
laatst reed je me voorbij met vier
andere mensen in een oude auto
en ofschoon jij de enige was die
niet omkeek, wist ik toch dat jij
de enige was die mij herkende de enige
die zonder mij niet kan leven
en ik heb geglimlacht
ik was zeker dat je me niet verlaten zou
morgen misschien zul je terugkomen
of anders overmorgen of wie weet wel nooit
maar je kunt me niet verlaten
zondag 27 september 2020
Ithaka K.P. Kaváfis
Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka,
wens dat de weg dan lang mag zijn,
vol wederwaardigheden, vol belevenissen.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woedende Poseidon hoef je niet te vrezen,
zulke ontmoetingen zul je nooit hebben op je weg
wanneer je denken verheven blijft, verfijnd
de emotie die je hart en lijf beroert.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woeste Poseidon zul je niet tegenkomen
wanneer je ze niet in je eigen geest meedraagt,
wanneer je geest hun geen gestalte voor je geeft.
Wens dat de weg dan lang mag zijn.
Dat er veel zomermorgens mogen komen
waarop je, heel dankbaar, heel blij
onbekende havens zult binnenvaren;
dat je mag pleisteren in Fenicische handelssteden
om mooie dingen aan te schaffen
van parelmoer, koraal, barnsteen en ebbenhout,
en opwindende geurstoffen van alle soorten,
opwindende geurstoffen zoveel je krijgen kunt;
dat je talrijke steden in Egypte aan mag doen
om veel, heel veel van de geleerden op te steken.
Blijf wel altijd denken aan Ithaka.
Daar aan te komen is je doel.
Maar overhaast de reis in geen geval.
't Is beter dat die vele jaren duurt en
je pas als oude man bij het eiland afmeert,
rijk door wat je onderweg verwierf,
zonder verwachting dat Ithaka je rijkdom schenken zal.
Ithaka schonk je de mooie reis.
Bestond het niet, dan was je nooit vertrokken,
Maar méér heeft het je niet te bieden.
En vind je het armzalig, Ithaka bedroog je niet.
Zo wijs geworden, met zoveel ervaring,
heb je al wel door waar Ithaka’s voor staan.
Haat Wislawa Szymborska
Zie eens hoe doelmatig nog steeds,
hoe goed in vorm
in onze eeuw de haat is.
Hoe moeiteloos hij hoge hindernissen neemt.
Hoe makkelijk hij springt, zijn prooi bereikt.
Hij is niet als andere gevoelens.
Tegelijk ouder en jonger dan zij.
Hij brengt zelf de oorzaken voort,
die hem tot leven wekken.
Als hij inslaapt, is zijn slaap nooit eeuwig.
Hem verzwakt de slapeloosheid niet, maar sterkt.
Zonder religie of met –
als hij maar kan knielen bij de start.
Zonder vaderland of met –
als hij maar snel weg kan komen.
Rechtvaardigheid kan om te beginnen ook geen kwaad.
Daarna rent hij graag alleen.
Haat. Haat.
Een grimas van liefdesextase
vertrekt zijn gezicht.
Ach, die andere gevoelens –
wat sukkelen ze lusteloos.
Sinds wanneer kan broederschap
op de massa rekenen?
Heeft medelijden ooit
als eerste de finish bereikt?
Hoeveel mensen wekt de twijfel op tot daden?
Dat lukt hem alleen, die zeker van zijn zaak is.
Bekwaam, snel van begrip, heel ijverig.
Moet ik zeggen hoeveel liederen hij heeft gecomponeerd?
Hoeveel bladzijden geschiedenis genummerd?
Hoeveel menselijke kleden hij heeft uitgespreid
op hoeveel pleinen en in hoeveel stadions?
Laten we het eerlijk toegeven:
hij weet wat schoonheid is.
Schitterend is zijn vuurgloed in de zwarte nacht.
Prachtig zijn zijn rokende explosies in de roze dageraad.
Ruïnes kun je moeilijk hun pathos ontzeggen,
noch kun je de grove humor loochenen
van de zuil die er kaarsrecht bovenuit steekt.
Hij is een meester in het contrast
tussen gedonder en stilte,
tussen rood bloed en witte sneeuw.
En wat hem boven alles nooit verveelt:
het motief van de propere beul
die boven zijn besmeurde slachtoffer oprijst.
Op elk tijdstip open voor nieuwe uitdagingen.
Als hij even moet wachten, wacht hij.
Ze zeggen dat hij blind is. Blind?
Zijn blik is even scherp als die van een sluipschutter
en hij ziet de toekomst gerust tegemoet –
hij alleen.
O, ik weet het niet Herman de Coninck
O, ik weet het niet,
maar besta, wees mooi.
Zeg: kijk, een vogel
en leer me de vogel zien.
Kijk, het leven is een brood
om in te bijten en de appels zien rood
van plezier, en nog, en nog, zeg iets.
Leer me huilen, en als ik huil
leer me zeggen: het is niets.
maar besta, wees mooi.
Zeg: kijk, een vogel
en leer me de vogel zien.
Kijk, het leven is een brood
om in te bijten en de appels zien rood
van plezier, en nog, en nog, zeg iets.
Leer me huilen, en als ik huil
leer me zeggen: het is niets.
zaterdag 13 juni 2020
Achter de schutting Ingmar Heytze
Je was kind en alles was er, weet je nog, bijna niemand was dood
en je was zo klein als de wereld om je heen, drie straten en een
schoolplein, de geheime plek in de bosrand, jouw boom, het parkje
met de groene schaduwen achter de heg, alles was er en het zou er
altijd zijn want niemand kwam op het idee daar iets aan te veranderen
en je weet ook nu niet meer hoe alle dingen gingen schuiven, hoe
struiken of jurkjes zich openden als een theaterdoek met uitzicht op iets
wat je nog niet zien mocht, iets wat eigenlijk voor later was, misschien
was er een kijkgat in de schutting - en dat je jezelf, geen kind meer,
aan de andere kant van de schutting terugvond en je afvroeg hoe je
daar gekomen was, maar vooral waar de wens dat alles steeds weer
anders moest vandaan kwam, en dat je nu pas begrijpt dat wat je
doet alleen een poging is om die dingen terug te veranderen naar
de tijd dat alles er altijd was. zoals het was toen je nog kind was,
alles was er, weet je nog, bijna niemand was dood en je was
zo klein als de wereld om je heen.
en je was zo klein als de wereld om je heen, drie straten en een
schoolplein, de geheime plek in de bosrand, jouw boom, het parkje
met de groene schaduwen achter de heg, alles was er en het zou er
altijd zijn want niemand kwam op het idee daar iets aan te veranderen
en je weet ook nu niet meer hoe alle dingen gingen schuiven, hoe
struiken of jurkjes zich openden als een theaterdoek met uitzicht op iets
wat je nog niet zien mocht, iets wat eigenlijk voor later was, misschien
was er een kijkgat in de schutting - en dat je jezelf, geen kind meer,
aan de andere kant van de schutting terugvond en je afvroeg hoe je
daar gekomen was, maar vooral waar de wens dat alles steeds weer
anders moest vandaan kwam, en dat je nu pas begrijpt dat wat je
doet alleen een poging is om die dingen terug te veranderen naar
de tijd dat alles er altijd was. zoals het was toen je nog kind was,
alles was er, weet je nog, bijna niemand was dood en je was
zo klein als de wereld om je heen.
Abonneren op:
Posts (Atom)