dinsdag 13 december 2011

Winter Herman de Coninck

winter. je ziet weer de bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.

en toch is ook de nacht niet
uitzichtloos, zo lang er sneeuw ligt
is het nooit volledig duister, nee,
er is de klaarte van een soort geloof
dat het nooit helemaal donker wordt.
zo lang er sneeuw is, is er hoop.

vrijdag 2 december 2011

Kier Leonard Nolens

Laat dit niet alles zijn, dit leven stil en donker
Als het maandelijks bloeden van de vrouwen.
Laat mij van iemand zijn, maar ook niet zo volstrekt
Dat ik verdwijn, in haar, in hem, of weg moet gaan
Omdat geen mens mijn menselijk gewicht kan tillen.
Uit schrik voor mijn gezicht schrijf ik dit op.
Altijd ben ik onderweg. Ik vind geen rust
Bij mij, ben bang als jij mijn trage stap hoort branden
Op de koude tegels in de gang naar jou.
De deur gaat open. En zoenend en stom onderzoeken je lippen
De sombere man die jou zwijgend staat aan te blaffen
Met liefdesgedichten. Geef hem je bed. Laat alle deuren

Op een kier.

woensdag 26 oktober 2011

Misschien zou je het jezelf makkelijker maken Trinus Riemersma

Misschien zou je het jezelf makkelijker maken
al je je de mensen
terug kon denken als kinderen
dat om die en om die
eens een moeder wakker heeft gelegen
dat een vader trots als een pauw
met ze ging wandelen
dat ze een vingertje knelden
tussen de deur
en huilden om een bloedende knie
en dat ze eens in de
eerste klas hebben gezeten
een veel te groot potlood
in het knuistje

donderdag 8 september 2011

Zijn Ted van Lieshout

Als ik mezelf had mogen scheppen, zou ik minder
fouten hebben gemaakt. Ik liet mij niet zo verdwalen
tussen het gebrekkig zijn en het gebrekkige zijn.

Ik gaf mij broodkruimels om de weg terug
te vinden, al weet ik niet welke weg dat was en waar
die eigenlijk naartoe ging en hoe die heette.

Ik at het brood in plaats van het te strooien; honger
maakt alle wegen eindeloos lang en laat geen tijd voor rust
in de berm, de lucht te zien en daar een vogel thuis.

woensdag 24 augustus 2011

Ich furchte mich so vor der Menschen Wort Rainer Maria Rilke

Ik ben zo bang voor het woord van de mensen.
Zij spreken alles zo duidelijk uit:
En dit hier heet hond en dat daar heet huis
en hier is het begin en het einde is daar.

Mij beangst ook hun denken, hun spel met de spot,
zij weten alles, wat wordt en was;
geen berg is voor hen nog een wonder;
hun tuin en goed grenst direct aan God.

Ik wil blijven vermanen en weerstand bieden: Blijf ver.
De dingen zingen hoor ik zo graag.
Gij raakt hen aan: ze zijn star en stom.
Gij maakt mij alle dingen kapot.

zondag 17 juli 2011

Interieurtje Daan Zonderland

Wat is eens paddenlevens doel?
Peinst vader pad op zijn
paddenstoel.
Wat is een paddenleven droef,
Denkt moeder pad op haar
paddenpoef.
Maar babypad schraapt zijn
paddenstrotje
En roept luidkeels om zijn
paddenpotje.