zondag 26 januari 2025

Mijn vader had de mooiste handen Wim den Blanken

Mijn vader had de mooiste handen

nagels kort geknipt, nooit rouwranden 

geschapen met de gulden snede

 

vastberaden in hun handelen

alsof ze stante pede 

ieder instrument konden bespelen

veelomvattend maar geen kolenschoppen

kantoorkussentjes 

op palmen en vingertoppen

 

was ik verkouden dan pakte paps 

Vicks uit de medicijnenkast

en wreef de blauwe zalf

met aandacht over mijn tengere bast

in naam van de vader smeerde zijn duim 

tot slot een kruis op mijn voorhoofd

 

warmte bevrijdde dan verstopte holtes 

en ik geloofde dat ik beter zou worden

 

was ik ongehoorzaam 

dan greep hij mij vast 

droeg de lichte last

naar de kelder

en doof voor mijn smeekbedes

deden de handen hun corrigerende werk 

 

weerloosheid verlamde mijn spieren

en ik beloofde dat ik beter zou worden

dinsdag 16 augustus 2022

Is het mijn sterfdag? Lieke Marsman


De lucht is stil, als lucht

op een kalender

Is het mijn sterfdag?

Vergeet klokken die luiden

De lucht is stil, als lucht

Is het mijn sterfdag?

Vergeet engelen en psalmen

Ik wil de vanille van een oud boek

Ik wil een koud flesje bier

en ik wil jou, nog één keer

Vergeet vogels die zingen

Ik wil mijn hond horen drinken

maandag 12 juli 2021

Promesse de bonheur / Menno Wigman

Ik in haar bed en zij die net de douche uit stapt.

Zoals zij loopt, zoals zij naakt het huis door loopt,
zo zullen vanaf nu de dagen lopen.

Ze neuriet en ik zit verhevigd in haar bed.
Oneindig wakker is ze, warm en trots en zacht
en mooi, zo mooi, ik krijg het niet gezegd.

Het is een liefde die. Het is een wonder dat.
En alles wat ik van een lichaam heb verlangd
staat voor mijn ogen naakt te zijn,

naakt en van mij. De kamer hijgt nog, geil en stroef.
Haar mond, gemaakt voor lippen en genot, haar mond,
haar stoere, hoogverheven mond staat goed.

zaterdag 6 februari 2021

Lotgenoten /Jules Deelder

Lotgenoten,

Ons gaan is een komen
Ons komen een gaan

De zin van het leven
is dat we vergaan

De wereld van iedereen
Niemand de baas

Het heden is eeuwig
Alles is waar

God of Jehova
Allah Jahweh

De één is de ander
De ander de één

Ontsteekt uw geweten
Kijkt om u heen

Het lot dat we delen
laat niemand alleen

zaterdag 23 januari 2021

The genius of the crowd /Charles Bukowski

there is enough treachery, hatred violence absurdity in the average
human being to supply any given army on any given day

and the best at murder are those who preach against it
and the best at hate are those who preach love
and the best at war finally are those who preach peace

those who preach god, need god
those who preach peace do not have peace
those who preach peace do not have love

beware the preachers
beware the knowers
beware those who are always reading books
beware those who either detest poverty
or are proud of it
beware those quick to praise
for they need praise in return
beware those who are quick to censor
they are afraid of what they do not know
beware those who seek constant crowds for
they are nothing alone
beware the average man the average woman
beware their love, their love is average
seeks average

but there is genius in their hatred
there is enough genius in their hatred to kill you
to kill anybody
not wanting solitude
not understanding solitude
they will attempt to destroy anything
that differs from their own
not being able to create art
they will not understand art
they will consider their failure as creators
only as a failure of the world
not being able to love fully
they will believe your love incomplete
and then they will hate you
and their hatred will be perfect

like a shining diamond
like a knife
like a mountain
like a tiger
like hemlock

their finest art

Twee lampen schijnen /Herman Gorter

Twee lampen schijnen,
de spiegel schemerblauwt, er schrijnen
lichten in meubels rondom,
alle dingen zijn stom.

Ik hoor adem uit een vrouw
komen, ik wou
ik wou - ik zit zwaar en stil,
't is niets wat ik wil.

Hoor de klok rikketikken,
hij telt de ogenblikken.

zaterdag 5 december 2020

Je hebt me alleen gelaten /Hans Lodeizen

je hebt me alleen gelaten
maar ik heb het je al vergeven

want ik weet dat je nog ergens bent
vannacht nog, toen ik door de stad
dwaalde, zag ik je silhouet in het glas
van een badkamer

en gisteren hoorde ik je in het bos lachen
zie je, ik weet dat je er nog bent

laatst reed je me voorbij met vier
andere mensen in een oude auto
en ofschoon jij de enige was die
niet omkeek, wist ik toch dat jij
de enige was die mij herkende de enige
die zonder mij niet kan leven

en ik heb geglimlacht

ik was zeker dat je me niet verlaten zou
morgen misschien zul je terugkomen
of anders overmorgen of wie weet wel nooit

maar je kunt me niet verlaten

zondag 27 september 2020

Ithaka K.P. Kaváfis

Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka,
wens dat de weg dan lang mag zijn,
vol wederwaardigheden, vol belevenissen.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woedende Poseidon hoef je niet te vrezen,
zulke ontmoetingen zul je nooit hebben op je weg
wanneer je denken verheven blijft, verfijnd
de emotie die je hart en lijf beroert.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woeste Poseidon zul je niet tegenkomen
wanneer je ze niet in je eigen geest meedraagt,
wanneer je geest hun geen gestalte voor je geeft.
 
Wens dat de weg dan lang mag zijn.
Dat er veel zomermorgens mogen komen
waarop je, heel dankbaar, heel blij
onbekende havens zult binnenvaren;
dat je mag pleisteren in Fenicische handelssteden
om mooie dingen aan te schaffen
van parelmoer, koraal, barnsteen en ebbenhout,
en opwindende geurstoffen van alle soorten,
opwindende geurstoffen zoveel je krijgen kunt;
dat je talrijke steden in Egypte aan mag doen
om veel, heel veel van de geleerden op te steken.
 
Blijf wel altijd denken aan Ithaka.
Daar aan te komen is je doel.
Maar overhaast de reis in geen geval.
't Is beter dat die vele jaren duurt en
je pas als oude man bij het eiland afmeert,
rijk door wat je onderweg verwierf,
zonder verwachting dat Ithaka je rijkdom schenken zal.
Ithaka schonk je de mooie reis.
Bestond het niet, dan was je nooit vertrokken,
Maar méér heeft het je niet te bieden.
 
En vind je het armzalig, Ithaka bedroog je niet.
Zo wijs geworden, met zoveel ervaring,
heb je al wel door waar Ithaka’s voor staan.

Haat Wislawa Szymborska

Zie eens hoe doelmatig nog steeds,
hoe goed in vorm
in onze eeuw de haat is.
Hoe moeiteloos hij hoge hindernissen neemt.
Hoe makkelijk hij springt, zijn prooi bereikt.
 
Hij is niet als andere gevoelens.
Tegelijk ouder en jonger dan zij.
Hij brengt zelf de oorzaken voort,
die hem tot leven wekken.
Als hij inslaapt, is zijn slaap nooit eeuwig.
Hem verzwakt de slapeloosheid niet, maar sterkt.
 
Zonder religie of met –
als hij maar kan knielen bij de start.
Zonder vaderland of met –
als hij maar snel weg kan komen.
Rechtvaardigheid kan om te beginnen ook geen kwaad.
Daarna rent hij graag alleen.
Haat. Haat.
Een grimas van liefdesextase
vertrekt zijn gezicht.
 
Ach, die andere gevoelens –
wat sukkelen ze lusteloos.
Sinds wanneer kan broederschap
op de massa rekenen?
Heeft medelijden ooit
als eerste de finish bereikt?
Hoeveel mensen wekt de twijfel op tot daden?
Dat lukt hem alleen, die zeker van zijn zaak is.
 
Bekwaam, snel van begrip, heel ijverig.
Moet ik zeggen hoeveel liederen hij heeft gecomponeerd?
Hoeveel bladzijden geschiedenis genummerd?
Hoeveel menselijke kleden hij heeft uitgespreid
op hoeveel pleinen en in hoeveel stadions?
 
Laten we het eerlijk toegeven: 
hij weet wat schoonheid is.
Schitterend is zijn vuurgloed in de zwarte nacht.
Prachtig zijn zijn rokende explosies in de roze dageraad.
Ruïnes kun je moeilijk hun pathos ontzeggen,
noch kun je de grove humor loochenen
van de zuil die er kaarsrecht bovenuit steekt.
 
Hij is een meester in het contrast
tussen gedonder en stilte,
tussen rood bloed en witte sneeuw.
En wat hem boven alles nooit verveelt:
het motief van de propere beul
die boven zijn besmeurde slachtoffer oprijst.
 
Op elk tijdstip open voor nieuwe uitdagingen.
Als hij even moet wachten, wacht hij.
Ze zeggen dat hij blind is. Blind?
Zijn blik is even scherp als die van een sluipschutter
en hij ziet de toekomst gerust tegemoet –
hij alleen.

O, ik weet het niet Herman de Coninck

O, ik weet het niet,
maar besta, wees mooi.
Zeg: kijk, een vogel
en leer me de vogel zien.
Kijk, het leven is een brood
om in te bijten en de appels zien rood
van plezier, en nog, en nog, zeg iets.
Leer me huilen, en als ik huil
leer me zeggen: het is niets.

zaterdag 13 juni 2020

Achter de schutting Ingmar Heytze

Je was kind en alles was er, weet je nog, bijna niemand was dood
en je was zo klein als de wereld om je heen, drie straten en een
schoolplein, de geheime plek in de bosrand, jouw boom, het parkje
met de groene schaduwen achter de heg, alles was er en het zou er
altijd zijn want niemand kwam op het idee daar iets aan te veranderen
en je weet ook nu niet meer hoe alle dingen gingen schuiven, hoe
struiken of jurkjes zich openden als een theaterdoek met uitzicht op iets
wat je nog niet zien mocht, iets wat eigenlijk voor later was, misschien
was er een kijkgat in de schutting - en dat je jezelf, geen kind meer,
aan de andere kant van de schutting terugvond en je afvroeg hoe je
daar gekomen was, maar vooral waar de wens dat alles steeds weer
anders moest vandaan kwam, en dat je nu pas begrijpt dat wat je
doet alleen een poging is om die dingen terug te veranderen naar
de tijd dat alles er altijd was. zoals het was toen je nog kind was,
alles was er, weet je nog, bijna niemand was dood en je was
zo klein als de wereld om je heen.

donderdag 14 mei 2020

Een bijdrage tot de statistiek Wyslawa Szymborska

Op elke honderd mensen

zijn er tweeënvijftig
die alles beter weten,

onzeker van elke stap –
bijna de hele rest,

bereid om te helpen,
als het niet te lang duurt
– wel negenenveertig,

de goedheid zelve,
omdat ze niet anders kunnen
– vier, nou, misschien vijf,

in staat tot bewondering zonder afgunst
– achttien,

om de tuin geleid
door de jeugd die voorbijgaat
– plusminus zestig,

nemen er vierenveertig
alles serieus,

leven er in voortdurende angst
voor iemand of iets
– zevenenzeventig,

hebben er talent om gelukkig te zijn
– twintig, hoogstens dertig,

zijn als individu ongevaarlijk,
maar slaan los in de massa
– meer dan de helft, minstens,

wreed,
als omstandigheden hen dwingen,
– hoeveel weet ik liever niet,
ook niet ongeveer,

wijs door schade
– niet veel meer
dan zonder,

willen er van het leven alleen dingen
– dertig,
hoewel ik me liever vergis,

krimpen in elkaar en hebben pijn,
zonder lantaarn in het donker
– drieëntachtig,
vroeg of laat,

zijn tamelijk veel
rechtvaardig – vijfendertig,

maar als rechtvaardigheid
de moeite van begrijpen vereist
– drie,

verdienen er medelijden
– negenennegentig,

zijn sterfelijk
– honderd op de honderd,
Een getal dat vooralsnog niet verandert.

Je had een potlood in je haar Ingmar Heytyze

De kop was eraf. Ik liep terug naar de deur die
ik met een doffe klap weer opendeed en hield
je (tranen, tranen) vast, we schreeuwden van
jij ook altijd en ja, maar jij ... je duwde een brief

onder mijn neus en ik fietste achteruit naar
het café dat net weer openging. Daarna begon
het grote geluk, hoewel steeds meer lieve kleine
dingen van ons samen in het niets verdwenen

tot die avond in de galerie, ik kreeg je nummer
en we praatten en we praatten en ik sprak je aan,
je draaide je van mij vandaan, ik zag je staan
in silhouet en was verliefd en wist niet hoe je heette.

woensdag 29 april 2020

Spijt Wim den Blanken

Spijt
heeft net als wij toen
geen zin

We wisten niet meer hoe
en later niet waarom 

Er was een egel bij de tent
Een poes op een dekentje
waaronder jij
je oor te luister legde
op mijn borst,
waar je nog altijd huis houdt



maandag 13 april 2020

Aan het roer dien avond stond het hart... Gerrit Achterberg

Aan het roer dien avond stond het hart
en scheepte maan en bossen bij zich in
en zeilend over spiegeling
van al wat het geleden had
voer het met wind en schemering
om boeg en tuig
voorbij de laatste stad

zondag 22 maart 2020

Eb M. Vasalis

Ik trek mij terug en wacht.
Dit is de tijd die niet verloren gaat:
iedre minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door 't ogenblik.
Zuigende eb van het gemoed,
dat de minuten trekt en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.

Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?

Voor Timmie Eva Gerlach

Tegen het donker,
tegen de nacht,
tegen het doodgaan
hou ik de wacht.

Als ik zo lig
kan het ongeluk
niet door mijn rug en
ga jij nooit stuk.

Om de schaduw op het raam,
om het spook in de kast,
om de dief onder het bed
hou ik je vast.

Niemand, mijn eigen
kaalgekust beest
weet hoe vaak ik jou,
jij mij bent geweest.

zaterdag 29 februari 2020

Maanoog Anne-Fleur van der Heijden

als ik niet verliefd kan worden
op het leven maar wel op een paard dat Misty heet
ben ik toch verliefd op iets
dat op leven lijkt, ik voel het
door het zachte briesen van zijn
snuit in mijn hand
omdat ik appels heb

Misty heeft een maanoog, indianen geloven
dat paarden met maanogen door het donker
kijken, misschien ben ik daarom verliefd op Misty
omdat hij door het donker kijkt

zaterdag 1 februari 2020

Poëzie Herman de Coninck

Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:
mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt
verdrietje, en het helpt niet;
zoals je een hand op haar hete voorhoofdje
legt, zo dun als sneeuw gaat liggen,
en het helpt niet:

zo helpt poëzie

Vrouw Holle Tjitke Jansen

Ik kijk liever naar de maan
dan naar de mens.
De mens,
ik word er zo moe van.
Dat roepende, smekende,
lachende, verlangende,
niet wetende,
willen wetende,
ik hou van jou zeggende,
of denkende,
op schoenen
of op eelt lopende,
van de een naar de ander rennende,
met sieraden en muziek beklede mens.
Ik kijk liever naar de maan
die altijd hetzelfde is:
onverschillig.
trouw.

De maan heeft geen woorden nodig
om te zeggen:
ik ben er
en morgennacht ben ik er weer.
Misschien zit er een wolk voor,
misschien zie je me niet omdat je binnen bent,
omdat je binnen naar je dwaze liedjes ligt te luisteren
of omdat er tranen voor je ogen zitten,
tranen omdat je denkt dat je alleen bent,
maar je bent niet alleen,
want ik ben er,
en gisteren was ik er ook,
en morgen ben ik er weer.